Visie en zorgbeleid: Lager

WERKEN MET EEN GEINTEGREERD ZORGBELEID

VISIE OP ZORGBELEID (2009-2010)

De Vlaamse overheid pleit voor zorgbreed onderwijs. Ze stelt daartoe aanvullende middelen ter beschikking. Op 1 september 2002 ging de eerste fase van start. We kregen 15 GOK-uren waarbij we onze aandacht en zorg vooral toespitsten op die kinderen die het omwille van hun sociale, economische of culturele achtergrond moeilijk hebben.

OP 1 september 2003 ging de tweede fase van start. In elke school werd een zorgcoördinator aangesteld. Deze moet waken over het zorgbeleid op school. We kregen 12(18/36) aanvullende zorguren op basis van het leerlingenaantal.

Deze zijn bedoeld voor kinderen met leer- of ontwikkelingsproblemen, emotionele of sociale problemen of die om welke reden dan ook extra zorg vragen.

Dit schooljaar hebben we 13 GOK-uren en 16 uren zorgcoördinatie: 12u voor de lagere school en 4u voor de kleuterschool. Daarnaast hebben we nog zowel in de kleuter- als in de lagere school een zorgjuf.

Door deze extra zorguren krijgen we de mogelijkheid onze zorg uit te breiden naar alle kinderen en ons ZORG-beleid aan te vullen, te verrijken en te verfijnen.

Ons Zorgbeleid zorgt ervoor dat elk kind alle mogelijke kansen krijgt om de eindtermen te behalen, ook het meest kwetsbare kind.

We stellen vast dat er op onze school een zeer grote heterogeniteit bestaat tussen de leerlingen maar ook tussen de klassen onderling.

Kinderen kunnen en mogen verschillen, zowel aan het begin als aan het einde van het leertraject. Ze verschillen in intelligentie, tempo, hoeveelheid leerstof die ze kunnen verwerken, motorische ontwikkeling, familiale en sociale achtergrond…

Deze verschillen willen zien, aanvaarden en erop inspelen is dan ook de eerste zorg van ons hele team. We werken er samen aan dat niemand door de mazen van het (zorg)net glipt.

Lagere klassen:

Een eerste vraag die we ons stellen bij het invullen van deze zorg-uren is : waar staan we nu, en waar willen we naartoe ? Daarom is een grondige analyse van de beginsituatie nodig. Vele gegevens halen we uit de de uitslagen van de toetsen van het LVS, klasuitslagen, de MDO-verslagen, de klasscreening, foutenanalyses en zelfevaluaties,gesprekken met ouders en leerlingen, overlegmomenten,verslagen van hulpverleners …Vanuit deze beginsituatie bepalen we onze prioriteiten, doelen en acties op de drie niveaus.

De rode draad doorheen ons zorgbeleid is : Preventie, Differentiatie en Remediëren van leerachterstanden.

1. Met preventief werken bedoelen we zodanig werken dat we voorkomen dat kinderen afhaken.(voorkomen van leer-en socio-emotionele problemen) Preventief werken is mogelijk door de klas op te splitsen in kleinere heterogene of homogene groepen. Zo is het geen uitzondering dat er 2 leerkrachten tegelijk in dezelfde klas aan het werk zijn. In deze kleinere groepen komt elk kind optimaal aan bod en worden hiaten vlug ontdekt en verholpen. Klemtoon ligt op handelen, verwoorden, verklaren… Hier komt ook het coöperatief leren aan bod : sommige leerlingen komen in een kleinere groep losser en zullen spontaner iets uitleggen aan elkaar, terwijl deze "stille” leerlingen in de klasgroep dikwijls verloren gaan.

2. Met differentiëren bedoelen we dat we rekening houden met de verschillen tussen kinderen. Dat we het onderwijs aanpassen aan een leerling of aan een groep leerlingen en niet omgekeerd. Het is daarbij niet de bedoeling dat de verschillen tussen kinderen verdwijnen het heeft wel tot doel dat meer kinderen de minimale doelen bereiken.

Wanneer we de klas opsplitsen in homogene groepen kunnen we gemakkelijker differentiëren naar tempo en hoeveelheid. Trager werkende leerlingen krijgen voldoende tijd om opdrachten op hun eigen tempo af te werken. Soms moeten ze slechts een deel van het takenpakket maken. De nadruk ligt op kwaliteit en niet op kwantiteit. Verder gaan we ook differentiëren naar doelen, aanpak, materiaal…toe, waarbij we zeker niet de sterkere leerlingen vergeten die al eens een uitdaging nodig hebben. Speciaal voor die leerlingen hebben we ons de Somplex en Plustaak-methode aangeschaft.(zie visie en aanpak meerbegaafden)

Voor die sterkere leerlingen werken we ook met ZIF (zelf-instructie-fiches). Deze leerlingen kunnen met een stappenplan onmiddellijk zelfstandigbaan de slag, terwijl de klastitularis zo meer tijd krijgt om met een kleinere groep leerlingen te werken.

Differentieren moet functioneel en doelgericht zijn.

Het gericht differentiëren komt ook aan bod in het wekelijks tandem- en niveaulezen (1+2) in het hoeken- of contractwerk, in de extra lessen lezen, in het werken met het BHV-model en in de differentiatietaken met stijgende moeilijkheidsgraad in elke les.

Hoeken-en contractwerk mogen geen middelen zijn om de les leuker te maken, maar moeten dienen om daadwerkelijk te differentieren en te remediëren, zodat ieder op zijn eigen niveau kan bezig zijn. Ook in ons nieuw huistakenbeleid en het evalueren maken we werk van differentiatie met de THEMA-codes.

Ondanks het preventief en gedifferentieerd werken in de klas zijn er toch nog kinderen die uitvallen. Daarom wordt ook remediërend gewerkt .Elke remediëring is er op gericht het kind weer zo spoedig mogelijk met de klasgroep mee te laten werken. Hierbij wordt dikwijls de zorgjuf ingeschakeld voor extra ondersteuning en bijsturing. Ook voorzien we om te remediëren dagelijks klasoverschrijdende zorgmomenten . Ook het hoekenwerk biedt kans tot remediëren. Zo spelen we kort op de bal en bieden we hulp van zodra het kind hulp nodig heeft.

Dankzij regelmatige evaluaties en toetsen en ons leerlingvolgsysteem van het VCLB kunnen we heel vlug ontdekken welke kinderen uit de boot vallen of dreigen eruit te vallen. Deze kinderen worden dan zo vlug mogelijk extra begeleid. .

Een foutenanalyse op leerling- en klasniveau is van groot belang. Zo'n foutenanalyse is een beginpunt, een nieuwe start naar handelen toe. Een goede foutenanalyse toont ons onmiddellijk wie uitvalt voor welke moeilijkheden maar ook wat onvoldoende gekend is. Daarom besteden we dit schooljaar extra tijd en aandacht aan het opstellen en gebruiken van een universeel document.

Op het MDO wordt besproken wie extra zorg nodig heeft. De klastitularis stelt samen met de zorgcoördinator voor elk zorgkind een individueel handelingsplan op waarin vermeld wordt wie wat doet en in welke mate wordt samengewerkt met het CLB, andere externe diensten en ouders.

Ook voor leerlingen met een leerstoornis worden bepaalde maatregelen getroffen. Op het MDO wordt beslist welke STICORDI- maatregelen we voor dat bepaald kind treffen en al deze afspraken noteren we ook op het handelingplan.

Voor sommige kinderen is het nodig een aangepast leertraject uit te stippelen. Deze kinderen krijgen enkel basisleerstof te verwerken, aangepaste toetsen én rapportering. Dit alles in overleg met de ouders. Op die wijze kunnen ze zo lang mogelijk meevolgen in het gewone basisonderwijs. Via afspraken, uitwisselen van informatie en planmatig werken, zorgen we voor een vlotte doorstroming en goede oriëntatie.

Ook kinderen die een jaar overzitten of overslaan bieden we een eigen pakket aan.

Naast preventie, remediëring en differentiatie neemt de taalvaardigheid op onze school een centrale plaats in. Het accent willen we leggen op de 4 vaardigheden nl. spreken, lezen, luisteren en schrijven. Speciale aandacht gaat naar kinderen uit "taalarme milieus”. Belangrijk is om deze kinderen in contact te brengen met levensechte situaties zodat ze kans krijgen tot passend taalgebruik en communicatie. Dit schooljaar staan spreken en luisteren centraal.

Reeds van in de lagere klassen geven we de kinderen de kans tot actief leren. Zo leren we hen om zelf een passend hulpmiddel of concreet werkmateriaal te nemen indien nodig. Leren leren, zelfstandig werken, leren plannen, zelfcontrole komen dan ook regelmatig aan bod.

De opvang van kinderen met leer-of ontwikkelingsproblemen moeten een zekere continuiteit kennen. Deze continuiteit krijgt gestalte in het LVS, de leerlingendossiers,de overdracht van gegevens naar volgende leerjaren. Deze doorgeefnamiddag vindt plaats eind juni. Voor elke leerling wordt een evaluatieformulier ingevuld, besproken en doorgegeven.

Bouwen aan de toekomst van een kind kan je als leerkracht niet alleen. Enkel als er een goede samenwerking is tussen alle betrokkenen binnen en buiten het team kan het kind opgroeien in een positief klimaat. Hierin speelt de zorgcoördinator een grote rol. Zij heeft een ondersteunende, begeleidende en coördinerende functie met als doel het zorgbeleid van de school te optimaliseren op school-leerkracht-en leerlingniveau. Zij staat in voor de overlegmomenten met de directie en leerkrachten, de contacten met de externe diensten (CLB, RC, logopedisten, BO, Gon-leerkracht) en gedurende de ganse dag is ze ook het luisterend oor voor de ouders.

Enerzijds willen we ervoor zorgen dat elk kind maximale leerwinst verwerft en optimaal kan profiteren van het onderwijs. Anderzijds streven we naar een totale ontwikkeling met aandacht voor de verschillende ontwikkelingsdomeinen dus leren met hoofd, hart en handen. Zo is onze school niet alleen een leerschool maar ook een leefschool.

Samengevat willen we als team blijvende aandacht hebben voor elk kind, hoe zwak, hoe lastig, hoe anders het ook is. Pas dan kan ZORG bijdragen tot echte kansengelijkheid.

 

Sitemap   Privacyverklaring  

© Alle rechten voorbehouden - Basisschool Grotenberge | Powered by The eForum Factory